De barbershop stijl, met de show en de fun erbij, is afkomstig
uit Amerika. Het barbershop-zingen in zijn huidige vorm is eigenlijk in 1938
begonnen. Voordien bestond het ook al, als nostalgisch tijdverdrijf.
Het genre ontstond, zo wil de geschiedenis, toen Amerikaanse immigranten die
zich bij de kapper wilden laten opknappen, de tijd verdreven met zingen. De
een begon dan een Iers of Engels volksliedje te zingen en de anderen zochten
er een tweede, derde en vierde stem bij.
Tegen het einde van de vorige eeuw trad in bijna elke revue wel een barbershop-kwartet
op. Ook zwarte stemmen hadden hun invloed, zoals The Ink Spots en The Mills
Brothers. De stijl dankt zijn naam aan de song Mr Jefferson Lord, Play That
Barbershop Chord uit 1910.
Het zelf zingen verdween naar de achtergrond toen radio en
film ingeburgerd raakten. Maar op een goede dag in 1938 bedacht de 46-jarige
advocaat Owen C. Cash (toen hij zich gruwelijk zat te vervelen in een hotel in
Kansas-City) bij wijze van grap, dat het barbershop-zingen een beter lot
verdiende. Hij vond een maatje in makelaar Rupert Hall. Samen schreven zij een
humoristische uitnodiging aan enkele vrienden en korte tijd later werd in de
Roof Garden van de Tulsa Club opgericht de Society for the Preservation and
Encouragement of Barbershop Quartet Singing in America, SPEBSQSA. De lange
naam en de onmogelijke afkorting hoorden bij de grap. Ze verwezen naar de gekke
afkortingen van allerlei controlerende regeringscommissies in die tijd.
Het idee van Cash en Hall werd een onvermoed succes. Het
barbershop-zingen verspreidde zich snel. Alleen al in de Verenigde Staten zingen
nu 34.000 mannelijke barbershoppers en 30.000 vrouwelijke, in koren en
kwartetten. Aanvankelijk was deze wijze van zingen een puur mannelijke
aangelegenheid. De vrouwen richtten pas in 1945 een eigen organisatie op. Dat
gebeurde na een rechtszaak, die werd aangespannen omdat de mannen beweerden dat
barbershop niet voor vrouwen bestemd zou zijn. De stijl waaide over naar Europa,
waar in verschillende landen barbershop koren en organisaties werden opgezet.
Over de hele wereld hebben ze nu bijna 37.000 mannelijke en 35.000
vrouwelijke leden.
Nederland
In Nederland begon in 1977 de Amerikaanse Kit de Bolster-Diggs
(getrouwd met een Nederlander) in IJsselstein met een barbershopkoor voor
vrouwen onder de naam IJsselstein Chorus. Het koor sloot zich na enige tijd aan
bij de Amerikaanse organisatie Sweet Adelines. Een jaar later begonnen de
Nederlandse mannen (The Heart of Holland Chorus).
In 1987
verenigden de mannen zich in DABS (Dutch Association of Barbershop).
De stijl
Barbershop wordt gezongen zonder begeleiding van instrumenten
(a capella). De akkoorden zijn snel herkenbaar doordat elke noot van een song
wordt gezongen als vierstemmig, harmonisch akkoord.
Typisch kenmerk is
ook dat de op één na hoogste stem (lead) de melodie zingt. Deze stem gloort
tussen de andere door. Daarboven zet de tenor een tweede stem neer. De bass
geeft het geluid een solide ondergrond met een donkere, ronde klank. De baritone
kleurt het ene moment met de lead, het volgende moment meer met de bass. Samen
produceren ze met hun speciale sound welluidende akkoorden, ringing chords
waarin nog eens allerlei boventonen te horen zijn, alsof er minstens vijf
stemmen klinken.
Met mannen en vrouwen samen lukt dat niet, omdat ze
niet allebei in dezelfde toonsoort zingen. Vandaar dat mannen en vrouwen slechts
bij hoge uitzondering samen op het toneel staan. Even typisch als de klank is de
expressie. Met gebaren en lichaamstaal ondersteunen de zangers en zangeressen de
bedoeling en de sfeer van de song. Dat kan weer uitmonden in regelrechte show,
leuk om naar te kijken.
Muziek lezen?
Een barbershopper hoeft niet persé muziek van de notenbalk
te kunnen lezen. De meesten studeren doorgaans met behulp van cassettebandjes,
waarop elke partij apart is ingezongen. Nodig is wel gevoel voor muziek en
show, een redelijke stem en de kunst een toon vast te houden. Het aardige van
barbershop is onder andere dat iemand geen opera-stem behoeft te hebben om mee
te doen, omdat vier stemmen samen de juiste klank teweeg brengen.
De
meeste songs zijn volgens de traditie in het Engels. Sommige barbershoppers
kunnen de taal zelf niet spreken, maar toch zingen ze mee en leren hun partij op
het gehoor.
Optreden en afterglow
Voor elk koor en elk kwartet is een optreden voor
een echt publiek iets om naartoe te leven. Het spel met de zaal en het applaus
na een performance zijn een belevenis waaraan menigeen warme gevoelens
overhoudt.
Ook een optreden voor gelijkgestemde zangers op een conventie
is een evenement dat grote indruk kan maken. Daar komen alle barbershoppers uit
het land bij elkaar om in koren en kwartetten met elkaar te wedijveren en om
veel en langdurig met elkaar te zingen.
Elke barbershopper heeft een
standaardrepertoire van songs die hij met elke andere barbershopper waar ter
wereld ook kan zingen. Zo ontstaat er met die anderen een band, zelfs al kan de
een de ander niet verstaan.
Het kan gebeuren op de Nederlandse
conventies, maar ook in Zweden, Amerika, Engeland, zelfs in Nieuw-Zeeland.
Regelmatig steken Nederlandse barbershoppers, zowel mannen als vrouwen, de grens
over om elders te zingen of alleen maar te kijken en te afterglowen zoals het
zingen met elkaar heet na een evenement.
Tijdens de onderlinge
wedstrijden (conventies) worden de koren en kwartetten beoordeeld door een jury.
De categorieën zijn Muziek, Zang en Presentatie. De deelnemers krijgen punten
toegekend plus een uitvoerige beoordeling waarin sterke en zwakke kanten worden
aangegeven.
Meer weten? vul dan het formulier in op onze Contact pagina.